Een laadpunt heeft doorgaans weinig dagelijks onderhoud nodig, maar regelmatige visuele controle en zorgvuldig gebruik helpen storingen en schade vroeg te signaleren.
Controleer kabel en connector
Let op beschadigingen, vervorming, vervuiling en ongebruikelijke warmte. Gebruik een beschadigde kabel niet verder.
Houd de laadplek vrij en schoon
Voorkom spanning op de kabel, waterophoping, blokkades en aanrijrisico rond het laadpunt.
Neem meldingen serieus
Herhaalde foutmeldingen, uitval van beveiliging of vreemde geluiden vragen om onderzoek. Noteer foutcodes en omstandigheden.
Wijzig de installatie niet zelf
Aanpassingen aan vaste bekabeling, beveiliging of meterkast moeten deskundig worden uitgevoerd.
